Praktische Tips

1. Plaatsing van de elektroden.

De keuze van de omvang van de  elektroden (groot of klein) en hun plaats op de spiergroep die u wilt stimuleren zijn belangrijke factoren die bepalend zijn voor uw comfort en dus voor het resultaat van de geleverde inspanningen.

Het is dus raadzaam hieraan altijd bijzondere aandacht te besteden en de aanbevolen plaatsingen te gebruiken. Om de correcte plaatsing van de elektrodes te zien, hier klikken.

Voor een stimulatie met het Mi-sensor systeem, zijn alle aanbevolen plaatsingen optimale plaatsingen voor dit systeem. Het is dus nodig deze aanwijzingen strikt op te volgen. Als u geen gebruik wilt maken van de Mi-technologie, volstaat het dat u de elektrodekabel voorzien van het Mi sensor-systeem vervangt door een andere standaard elektrodekabel.

2. Positie van de persoon.

De positie van de persoon hangt af van de spiergroep die men wil stimuleren. De verschillende voorgestelde posities zijn duidelijk afgebeeld met pictogrammen naast de tekeningen voor de plaatsing van de elektroden.

Voor de programma’s die sterke spiercontracties (tetanische contracties) veroorzaken, is het aanbevolen om isometrisch te werken, dat wil zeggen de uiteinden van de extremiteit vast te maken zodat geen grote bewegingen mogelijk zijn. Bijvoorbeeld zodat de knieën niet kunnen worden gestrekt, bij het stimuleren van de quadriceps, gaat de persoon zitten, met de voeten achter de stoelpoot zodat de contractie statisch blijft.

Er wordt niet dynamisch gewerkt zonder weerstand, tenzij precieze aanwijzingen worden gegeven met betrekking tot een specifiek programma.

Voor de andere programmatypes (bijvoorbeeld de programma’s van de categorieën Vasculair, Massage en Pijn en het programma Actieve recuperatie), die niet leiden tot krachtige spiercontracties, neemt u gewoon een zo comfortabel mogelijke positie in.

3. Instellen van de stimulatie-energie.

In een gestimuleerde spier, hangt het aantal van de vezels die werken af van de stimulatie-energie.

Voor het beste resultaat is het aangeraden de maximale stimulatie-energie te gebruiken, om zoveel mogelijk vezels te activeren. Beneden een zekere stimulatie-energie, hebben stimulatiesessies geen zin. Het aantal geactiveerde vezels in de gestimuleerde spier is dan te laag om een aantoonbare progressie van de prestaties van de spier te veroorzaken.

De progressie van een gestimuleerde spier zal groter zijn naarmate een hoger percentage van de vezels de door de Compex opgewekte arbeid uitvoeren. Als slechts 1/10e van de vezels van een spier gestimuleerd worden, zal ook alleen dit 1/10e deel progressie boeken; hetgeen uiteraard veel minder gunstig is dan wanneer 9/10e deel van de vezels werken en dus progressie kunnen boeken.

Zorg er dus voor dat u werkt met een hoge stimulatie-intensiteit, namelijk altijd tegen de grens van wat u kunt verdragen.

Het is uiteraard niet mogelijk om de maximale stimulatie-intensiteit te bereiken vanaf de eerste contractie tijdens de eerste sessie van de eerste cyclus. Wie nog nooit een stimulatie met de Compex ervaren heeft, zal eerst enkele sessies met een intensiteit toereikend om krachtige spiercontracties te veroorzaken, om te wennen aan de elektrostimulatietechniek. Vervolgens kan hij beginnen met een eerste stimulatiecyclus met zijn specifiek programma en niveau. Na de warming-up, die duidelijke spierschokken moet veroorzaken, moet de stimulatie-intensiteit geleidelijk aan worden opgevoerd, van contractie tot contractie, gedurende de drie tot vier eerste minuten van de werkfase. Men moet ook van sessie tot sessie de gebruikte intensiteit verhogen, vooral tijdens de eerste drie sessies van een cyclus. Een normaal gebouwde persoon zal reeds tijdens de vierde sessie een beduidend hoge stimulatie-energie bereiken.

4. Spreiding van de stimulatiesessies.

De vraag van de spreiding van de stimulatiesessies over de week wordt van belang zodra minstens twee trainingen per week worden uitgevoerd.

Wanneer tot zes sessies per week gepland zijn, wordt aanbevolen de sessies zo veel mogelijk te spreiden. Een persoon die, bijvoorbeeld, drie sessies per week uitvoert, zal één sessie om de twee dagen uitvoeren (tweemaal een rustdag en eenmaal twee rustdagen per week). Wie zes sessies uitvoert, zal zes opeenvolgende dagen een stimulatiesessie uitvoeren en één rustdag nemen.

Vanaf zeven sessies per week en meer, is het aanbevolen meerdere sessies op dezelfde dag te groeperen, zodat men een of meer volledige rustdagen zonder stimulatie heeft. Wie zeven sessies per week uitvoert, doet vijf dagen stimulatie, a rato van een sessie per dag, en één dag met twee sessies (met minstens een half uur rust tussen de twee sessies); zo blijft er een rustdag over. Wie tien sessies per week uitvoert, zal bij voorkeur vijf dagen van twee sessies houden (met minstens een half uur rust tussen twee sessies); zo blijven er twee rustdagen over.

5. Stimulatiesessies & conventionele training.

De stimulatiesessies kunnen worden uitgevoerd buiten of gedurende de conventionele training. Als men de conventionele training en de stimulatie tijdens dezelfde sessie uitvoert, is het in het algemeen aanbevolen de stimulatie te laten volgen op de conventionele training.

Op die manier wordt de conventionele oefening niet uitgevoerd op vermoeide spiervezels. Dit is vooral belangrijk voor krachttraining en trainingen op explosieve kracht.

Bij weerstandstrainingen kan het echter zeer interessant zijn om omgekeerd te werk te gaan. Vóór de conventionele training voert men dan, dankzij de weerstandsstimulatie, een “specifieke voorvermoeidheid” van de spiervezels uit, zonder algemene of cardiovasculaire vermoeidheid. Op die manier maakt de conventionele inspanning van de “voorbereide” vezels het mogelijk het glycolytisch metabolisme sneller te verbeteren.

6. Progressie in de niveaus.

In het algemeen is het niet aan te raden de niveaus te snel te doorlopen om zo snel mogelijk op het hoogste niveau te geraken. De verschillende niveaus gaan uit van een geleidelijke opbouw van de training, en de spieren moeten de tijd krijgen om zich aan te passen.

De meest begane fout bestaat erin, van niveau naar niveau te gaan met een steeds hogere intensiteit. Het aantal vezels dat de stimulatie ondergaat, hangt af van de stimulatie-intensiteit . De aard en de hoeveelheid energie die deze vezels leveren hangt af van het programma en het niveau. Het doel is, om eerst vooruit te gaan in de gebruikte stimulatie-intensiteit, en vervolgens in de niveaus. Immers, hoe meer vezels u stimuleert, hoe meer vezels progressie boeken. Maar de snelheid van de progressie van deze vezels en hun vermogen om beter te functioneren, hangen af van het gebruikte programma en niveau, van het aantal wekelijkse sessies, van de duur van deze sessies evenals van de intrinsieke factoren van de persoon.

Het eenvoudigst en het meest voorkomend is het, om naar het volgend niveau in het gekozen programma over te gaan zodra men aan een nieuwe stimulatiecyclus begint.

U kunt ook één niveau verhogen tijdens dezelfde cyclus. In dat geval is het aanbevolen dit niet te doen voordat u minstens drie weken op hetzelfde niveau heeft gewerkt.

Verander niet van niveau tijdens een bijkomende toepassing of een onderhoudssessie. Verander ook niet van niveau tijdens een korte intensieve of agressieve cyclus van drie tot vier weken. Bij een klassiek gebruik, in een cyclus van zes weken, kunt u daarentegen reeds na drie weken naar het volgend niveau overstappen. Zo ook kunt u, in een intensieve of agressieve cyclus van zes tot acht weken, reeds na drie of vier weken overgaan naar een volgend niveau.

7. Gebruik van de warming-up vóór de stimulatie.

Alle programma’s die leiden tot beduidende contracties (tetanische contracties) van de gestimuleerde spieren, beginnen automatisch met een opwarmingsfase. Dit wordt op het scherm aangeduid door een animatie van opstijgende warmte boven de radiator.

Als u geen conventionele/vrijwillige fysieke activiteit heeft uitgevoerd tijdens de minuten die voorafgaan aan de stimulatiesessie, is het aanbevolen om met een warming-up te beginnen. Als de stimulatiesessie deel uitmaakt van een conventionele training, en een conventionele activiteit onmiddellijk voorafgaat aan de stimulatie, is het niet nodig de opwarmingsfase te doorlopen.

Na afloop van de werkfase, start automatisch een relaxatiefase. Deze moet het herstel van een spier na het werk met de Compex bevorderen en in zekere mate de spierpijn beperken. Tenzij u onmiddellijk wilt overgaan tot vrijwillige training, is het raadzaam dat u de laatste fase helemaal doorloopt. Het wordt eveneens aangeraden, zelfs al lijkt de elektrostimulatie de elasticiteit van de spieren te verbeteren, enkele rekoefeningen uit te voeren op de spieren die u met de Compex heeft laten werken.

 

Ontdek de voordelen van EMS voor u klik hier